Skip to main content
Ronald Schleurholts
07 Sep 2020

Ontwerpen vanuit het hart

De bouw moet professionaliseren. Dat is de visie die cepezed had toen het architectenbureau werd opgericht en waar het nog steeds achter staat. “Door prefabricage is veel winst te behalen”, zegt Ronald Schleurholts. “Het bespaart tijd, maar bovenal komt het de kwaliteit ten goede.”

Door weer en wind op de bouwplaats klussen is niet meer van deze tijd.

Ronald Schleurholts

Schleurholts vertelt dat de fundamenten van het architectenbureau door de jaren heen niet zijn veranderd. “Onze visie is dat de bouw moet professionaliseren. Door weer en wind op de bouwplaats klussen is niet meer van deze tijd, we moeten zoeken naar slimme oplossingen en veel meer prefabriceren. Een gebouw helemaal optrekken uit prefabelementen is allang mogelijk. Het gaat om de basis, een soort rek waar vloeren in gehangen worden, en later badkamerelementen, balkons, het trappenhuis en de gevel aan toegevoegd worden. Een solide basis stelt je bovendien in staat om in de toekomst dingen toe te voegen of weg te halen.”

Sneller werken noemt hij echter niet als dé ambitie. “Het is een prettig neveneffect. Waar het ons vooral om gaat, is om voor hetzelfde geld een betere kwaliteit te leveren. Door prefabricage heb je – mits nauwkeurig voorbereid – meer grip daarop, zijn de aansluitingen beter en bovendien produceer je minder afval. Tel daar minder faalkosten bij, minder afval en minder transportbewegingen en het is voor iedereen duidelijk waarom prefab veel voordeliger is.”

De vraag die rijst na zijn betoog over prefab is: is cepezed een architectenbureau of een bouwkundig bureau? Schleurholts: “We zijn juist erg ontwerpende architecten, maar leunen wel naar de industrieel ontwerper. We bedenken ook zelf producten, omdat ieder bouwpakket custommade is. Daar zitten vaak elementen in die specifiek voor dat gebouw zijn, maar onze focus is – veel meer dan bij andere architecten – gericht op verbindingen tussen de elementen.

Ontwerpen vanuit het hart

In de gebruikte aluminium vliesgevelprofielen in de gevel van het Sint Lucascollege in Eindhoven, zijn dichte delen en glazen stroken in één systeem geïntegreerd. Hetzelfde profiel zorgt zowel voor de bevestiging van het glas als de afwerking van verticale aluminium roosters op de verdiepingen.Kliklijsten met geïntegreerde vinnen kaderen de glazen plint rondom in en benadrukken de verticaliteit van de gevel.

Niet bang voor eenvormigheid

Het ideaal van meer gestandaardiseerd werken is niet nieuw en ontstond na de Tweede Wereldoorlog in Amerika. “Hier heeft het zelden een vlucht genomen, mede omdat Nederland een baksteenland is. Maar de markt is de laatste jaren opgeschoven in de richting waarop wij willen werken.” Bang voor eenvormigheid door standaardisatie is hij niet.

“We denken juist dat we een eigen handschrift hebben doordat we op deze manier werken. De ruimtelijkheid van een gebouw, daar draait het om. We ontwerpen van binnenuit en werken zo naar de schil toe. Het maken en detailleren gaan daarbij hand in hand. Waar we mee beginnen is de ruimtelijke structuur en de organisatie van het gebouw: is de indeling flexibel en biedt het ruimte aan alle specifieke functies? Pas daarna komt de gevel aan bod. Natuurlijk is deze heel belangrijk. Hij moet passen in de stad, bij de bestaande gebouwen en moet een zekere geleding hebben, maar ons uitgangspunt is de gebruiker.”

Ontwerpen vanuit ambitie

Volgens Schleurholts is een gebouw van cepezed te herkennen aan de helderheid, veel daglicht, de rankheid van de opbouw en de zorgvuldigheid. “Ook mag getoond worden hoe het gemaakt is, als dat maar niet op de voorgrond treedt; we exposeren geen details.”

Opvallend is dat hij de functionaliteit daarbij niet benoemt. “Dat komt omdat we vinden dat een gebouw aanpasbaar moet zijn. We zoeken naar een grootste gemene deler, ontwikkelen vanuit het hart, dat kun je nooit eendimensionaal benaderen. De wens om licht tot ver in een gebouw te laten reiken heeft namelijk ook altijd betrekking op de gevel en het dak. Functie, esthetica en ontwerp kun je niet loskoppelen. Wij ontwerpen vanuit ambitie, bijvoorbeeld om maximale transparantie te realiseren, maar op voorhand staat nog niet vast welke materialen we gebruiken om ons doel te bereiken.

Vakkennis van de leverancier

Bij het Jinso-paviljoen in Amsterdam hebben we bijvoorbeeld koud gebogen isolatieglas en luchtkussens gebruikt die je kunt opblazen om zo de zonlichttoetreding te regelen.” De kennis van leveranciers is daarbij van groot belang. “We werken veel samen met producenten. Soms komt een idee bij ons vandaan, maar vaak ook van hen en dan passen wij het toe. Bovendien merken we dat ook leveranciers zich willen onderscheiden en steeds meer gericht zijn op innovatie. Zij beschikken over specifieke kennis van de technische mogelijkheden van materialen en systemen. Die vakkennis hebben zowel architecten als aannemers nodig.”

Krachtige ingrepen

Niet ieder gebouw leent zich echter even goed voor ‘maximale daglichttoetreding’, zeker niet bij transformatieopgaven. Neem het gesloten bouwvolume van de Cacaofabriek in Helmond. De eerste gedachte van Schleurholts toen hij het pand zag, was: “Waarom doen we dit? Sloop het alsjeblieft.” “En toch is dit een mooi voorbeeld van wat je kunt bereiken als je een gebouw goed doorgrondt en uitspreekt dat je het wilt openen en maximaal wilt hergebruiken. Door een aantal krachtige ingrepen kreeg de oude fabriek een heel nieuw imago.

Ontwerpen vanuit het hart

''Bij de Cacaofabriek is de buitenmuur wit geschilderd. Deze was namelijk poreus, waardoor we weinig opties hadden. De nieuwe gevelopeningen zijn vlak in het metselwerk aangebracht, terwijl we de oude juist reconstrueerden. Verder is de gevel bekleed met een soort industrieel rooster. Eigenlijk allemaal ingrepen die een link hebben met de geschiedenis, maar ook aanvoelen als van deze tijd.”

Ontwerpen vanuit het hart

Eigenlijk maakt het dan niet uit of je bezig bent met nieuwbouw of transformatie. Je gaat uit van de basis en analyseert welke functies je waar kunt inbrengen zonder te slopen. Pas daarna keken we welke elementen, zoals de popzaal en de naastliggende toiletten, we systematisch konden plaatsen. De popzaal staat los in de U-vormige binnenplaats van het gebouw, maar is wel zo gesitueerd dat er een lichtstraat tussen de zaal en de bestaande bouw kon lopen. Hier merk je de kracht van daglicht. Mensen lopen er automatisch naartoe, omdat het natuurlijk aanvoelt.”

De contouren van de Cacaofabriek zijn, volgens de architect, een echo van het verleden met een moderne twist. Maar betekent dat ook dat een exterieur een vertaling van de historie of visie daarop moet zijn? “Daar wil je een glimp van geven, maar het hoeft niet letterlijk te worden opgevat. Belangrijker is dat de gevel identiteit heeft en ergens voor staat. Én dat je respect toont. Bij de Cacaofabriek is de buitenmuur wit geschilderd. Deze was namelijk poreus, waardoor we weinig opties hadden. De nieuwe gevelopeningen zijn vlak in het metselwerk aangebracht, terwijl we de oude juist reconstrueerden. Verder is de gevel bekleed met een soort industrieel rooster. Eigenlijk allemaal ingrepen die een link hebben met de geschiedenis, maar ook aanvoelen als van deze tijd.”

Aluminium biedt de mogelijkheid om in een klein deel van de gevel veel intelligentie te stoppen.

Ronald Schleurholts

Bewuste keuzes

In toenemende mate komt in de architectuur de factor duurzaamheid om de hoek kijken. Eerst werd daarbij voornamelijk gekeken naar energetische aspecten, maar tegenwoordig worden ook veel bewustere materialisatiekeuzes gemaakt. Hergebruik komt ook steeds aan de orde als Schleurholts voorbeelden van renovaties en nieuwbouwprojecten aanhaalt. “Is een materiaal opnieuw in te zetten? Gebruik je materialen die snel groeien, zoals bamboe? Of: kun je elementen straks hergebruiken? Dit zijn vragen die we onszelf iedere keer stellen”, legt hij uit.

Komt de keuze voor aluminium raamsystemen ook voort uit de wens om materialen te hergebruiken? “We zetten niet uitsluitend aluminium in, maar wel vaak. En soms ook een klein stukje. De keuze voor aluminium wordt vooral ingegeven door de mogelijkheid om in een klein deel van de gevel veel intelligentie te stoppen. Alleen al door aluminium hoeken te gebruiken kun je een goede afdichting realiseren. Én aluminium stelt ons in staat om mooie dingen te maken.”

Zoals het Sint Lucas College in Eindhoven? “Dat is vooral een goed voorbeeld van de balans zoeken tussen open- en geslotenheid. De wens van de opdrachtgever was om de praktijkruimten heel zichtbaar te laten zijn voor de omgeving. Het staat in Strijp S, een bedrijvig en creatief deel van Eindhoven. De glazen gevel is dubbelhoog en borstweringen ontbreken, zodat er direct contact met de straat is. De gevel past door de duidelijke ritmiek bij de grafische opleidingen en contrasteert met het bestaande gebouw.”

Ontwerpen vanuit het hart

'Schleurholts: ''Gebouwen moeten zich niet anders voordoen dan ze zijn.''

Gebouwen zijn gebruiksvoorwerpen.

Ronald Schleurholts

En toch is het geen façadearchitectuur. “Dat willen we ook niet. Gebouwen zijn in onze ogen geen architectonische manifesten, het zijn gebruiksvoorwerpen. Ze moeten een eerlijkheid hebben, zich niet anders voordoen dan ze zijn. Een soort nuchterheid en zuiverheid uitstralen, zonder moreel oordeel”, besluit hij.

Ronald Schleurholts
Ronald Schleurholts
www.cepezed.nl
Ronald Schleurholts is architect en sinds 2005 partner bij architectenbureau cepezed. Op zowel (inter)nationale universiteiten als symposia, geeft Ronald lezingen en gastcolleges over duurzaam en integraal ontwerpen. Thema's die hij daarbij aankaart zijn onder andere gezonde gebouwen, daglicht in gebouwen, transformaties, circulariteit en demontabel bouwen. (bron: website cepezed)

Colofon

Dit artikel verscheen eerder in het Reynaers-boek ''De verbindende kracht van aluminium'' (2018).

Tekst: Katja van Roosmalen, MKB Journalist

Fotografie: Hennie Raaymakers