Licht en lucht voor unieke woningen en circulariteit

Scroll

Licht en lucht voor unieke woningen en circulariteit

Trends in particuliere woningen op basis van de Reynaers Projectprijs

De toepassing van aluminium gevelelementen in de particuliere woningbouw heeft in de afgelopen decennia een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Was het eerst nog een middel om licht en lucht in de woning te krijgen inmiddels zijn aluminium kozijnen een boeiend ingrediënt in het recept voor regionale, iconische en circulaire architectuur van woningen. Caroline Kruit, academisch docent aan de ArtEZ Academie van Bouwkunst in Arnhem, bouwkundig ingenieur, uitgever èn voorzitter van de vakjury van de Reynaers Projectprijs, geeft een samenvatting van deze ontwikkeling aan de hand van enkele projecten.

In de seriematige woningbouw was het al veel eerder gebruikelijk om aluminium kozijnen toe te passen: voor renovatie én nieuwbouwprojecten. De redenen daarvoor liggen voor de hand: budget, weinig onderhoud, gebruiksgemak. Maar voor de particuliere, unieke woning komen daar nog andere argumenten bij: een optimale lichtinval (dus slanke kozijnen), een duidelijk onderscheid tussen bestaand pand en nieuwe toevoeging, een soepele overgang tussen binnen en buiten (bijvoorbeeld met grote, gevelhoge schuifpuien) en de wens van opdrachtgevers om een duurzame woning te realiseren.

Uitbouw aan bestaande woning in Oosterhout.

Licht en lucht vangen

Bij (verhoudingsgewijs) kleinschalige projecten van particulieren opdrachtgevers ging het vaak om het vangen van licht en lucht: door een daklicht in een aanbouw, door een grote schuifpui naar de tuin of met een serre in aluminium en glas. In de meeste gevallen werd vastgehouden aan de architectuur van het bestaande gebouw en werd de toevoeging daarop aangepast.

In het begin van deze eeuw werden de uitbouwen groter, soms zelfs een verdubbeling van het oorspronkelijk oppervlak. Soms werd zelfs de vorm van het bestaande woonhuis gespiegeld, maar dan in een structuur van aluminium en glas. De wens van de opdrachtgever was om in alle seizoenen een plek te hebben die als (beschutte) buitenruimte zou kunnen gelden. Glas en aluminium werden steeds vaker ingezet om verbinding te maken tussen gebouwen - een lichte en architectonisch afwijkende overgang tussen bouwstijlen of gebruiksfuncties.

De aanbouw sluit aan op de witte woning die Gerrit Rietveld in 1955 ontwierp voor glaskunstenaar Andries Copier.

Rietveld

Waren uitbreidingen van particuliere huizen aan het begin van de eeuw een voortzetting van de oorspronkelijke architectuur, in de loop van de jaren kregen deze uitbouwen steeds meer een eigen karakter, of werden ze een eigentijdse vertaling van de bouwstijl. De Copierwoning in Zeist (2015) is daar een sprekend voorbeeld van. Jevanhet Architectuur maakte hier een flinke uitbouw (bijna verdubbeling) van het volume met eigentijdse materiaalkeuzes en kleuren, maar hield zich respectvol aan de maten en verhoudingen van het oorspronkelijke ontwerp van Rietveld.

Bij een ander fenomeen in de particuliere woningbouw wordt ook gretig gebruik gemaakt van de voordelen van aluminium puien, ramen en daklichten: de woningen met regionale referenties, zoals schuurwoningen en boerderettes. Vaak gaat het hier om vrijstaande gebouwen in landelijk gebied en worden materialen als hout en riet gebruikt in de gevel. Deze materialen domineren het beeld: de kozijnen en glazen puien zijn ondersteunend in het decor. De kozijnen krijgen vaak een donkere of neutrale kleur. Aluminium wordt hier gekozen om de gebruiks- en onderhoudsvriendelijkheid: het hout en riet mogen verweren, maar de kozijnen moeten functioneel zijn en blijven.

Villa Rotonda in Goirle (2010) van Bedaux de Brouwer Architecten heeft internationaal veel los gemaakt: de wijze waarop bij deze woning het interieur en exterieur een dialoog met elkaar aangaan is heel boeiend. Met waterpartijen rond de woning, enorme raamvlakken en veel onverwachte zicht- en lichtlijnen is dit ontwerp een boeiende puzzel met ongekend wooncomfort. Terwijl de gebruikte materialen en hoofdvorm bijna klassiek zijn te noemen - metselwerk voor de gesloten geveldelen, leien op het zadeldak. Maar gevelcomposities en interactie met het exterieur openen een nieuwe wereld.

Een ander voorbeeld van iconische architectuur is het Dune House op Terschelling (2014) van Mark Koehler Architects. Een bijzondere vorm in de duinen - bekleed met houten latten en voorzien van grote raampartijen met aluminium kozijnen in een lichte zandkleur. Een uniek project met een flinke dosis productontwikkeling, ook op het gebied van de kozijnen. Een ambitieuze opdrachtgever, een bouwteam met de wil om te innoveren: het levert heel bijzondere projecten op die ondanks de beperkte schaal een enorme invloed hebben in de branche.

De aluminium kozijnen en het gevelhout, Douglas-Fir, een naaldhoutsoort uit de kustregio, zorgen samen voor een strakke, natuurlijke gevel. Het gevelhout werd op natuurlijke wijze geconserveerd aan de hand van een Japanse brandmethode.

Aluminium en hout vormen indrukwekkende gevel

Villa Meijendel in Wassenaar (2017) van VVKH architecten gaat ook op in de omringende natuur,  ditmaal in de bosrijke omgeving van natuurgebied Meijendel.

Zwartverbrand hout, geanodiseerde aluminium kozijnen voor enorme raampartijen, een deels verdiept bouwvolume: alle keuzes lijken gemaakt in referentie met de statige naaldbomen en ruwe zandvlakken in de directe omgeving. Net als de bomen en het zand, is het duidelijk dat deze villa is gemaakt om er voor lang te blijven: een stevig statement van duurzame architectuur en bijzonder wooncomfort. En beeldschoon: ook dat is een belangrijk aspect van duurzaamheid.

Mondige woonconsument

De genoemde villa’s zijn gemaakt met budgetten die niet voor iedereen beschikbaar zijn. Met een meer consumentgerichte woningmarkt, ligt het voor de hand dat ook voor de milieubewuste opdrachtgever met kleinere portemonnee aanbod wordt ontwikkeld. ‘Tiny Housing’ lijkt een niet te stoppen trend, ‘off-the-grid living’ wint terrein en steeds vaker wordt gezocht naar oplossingen om meerdere generaties in één woning onder te brengen (kangoeroewoningen). Tegelijkertijd wordt binnen de bouwbranche hard gewerkt aan circulaire bouwsystemen: energieneutrale huizen op maat, gemaakt met elementen die te hergebruiken zijn als de woning moet worden aangepast of verplaatst.

Energieneutraal

De proefwoning Bilt in Utrecht (2017) van het consortium BILT (een initiatief van architect Hans Sluijmer) is zo’n experiment, dat voor bredere toepassing lijkt aan te slaan. In Bilt worden gevelelementen met aluminium kozijnen gebruikt - als raam en als elementgrote schuifpui. Bilt laat zien dat modulair bouwen tot architectuur kan leiden: de proefwoning getuigt van een grote flexibiliteit voor de bewoner, die met een ruime mate van licht en lucht - veel mogelijkheden om binnen en buiten met elkaar te verbinden - toch een volledig energieneutrale woning kan bewonen voor een redelijk budget.

Caroline Kruit is academisch docent aan de ArtEZ Academie van Bouwkunst in Arnhem, bouwkundig ingenieur, journalist en uitgever. Sinds 10 jaar is zij actief betrokken bij de Reynaers Projectprijs als voorzitter van de vakjury die alle inzendingen beoordeelt. Daarnaast speelt ze een belangrijke rol bij het signaleren van trends in de bouw.