Transformatie industrieel erfgoed ontwikkelt naar nieuwe architectuur

Scroll

Transformatie industrieel erfgoed ontwikkelt naar nieuwe architectuur

Hoe transformatie en herbestemming in te passen in het stedelijk weefsel?

De aanpak van transformaties op details en nuances maakten de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling door. Net als de kozijnen die bij deze transformaties zijn ingezet. Caroline Kruit, academisch docent aan de ArtEZ Academie van Bouwkunst in Arnhem, bouwkundig ingenieur, uitgever èn voorzitter van de vakjury van de Reynaers Projectprijs, geeft een samenvatting van deze ontwikkeling aan de hand van enkele projecten.

In 2010 bracht Reynaers de eerste versie uit van de brochure ‘Innovatieve Monumentaliteit’, over de herbestemming van industriële monumenten en de verbinding van deze gebouwen met belendende nieuwbouw. De thematiek kwam direct voort uit een aantal indrukwekkende inzendingen voor de Reynaers Project Prijs, waarbij oude industriële panden - soms al decennialang ongebruikt - een tweede leven kregen door een zorgvuldige renovatie en een nieuwe bestemming. In de jaren na deze publicatie kwamen veel prachtige voorbeelden voorbij, waarbij de aanpak van de transformatie op details en nuances een ontwikkeling doormaakte. Net als de kozijnen die bij deze transformaties zijn ingezet.

Het monumentale Lichttorencomplex, een rijksmonument in het centrum van Eindhoven waar Philips ooit haar gloeilampen produceerde, werd met behoud van originele elementen herontwikkeld tot multifunctioneel complex met horeca en lofts.

De Lichttoren in Eindhoven (2010) was een van de eerst grote objecten in Eindhoven waarbij de - inmiddels verloren - industriële functie werd omgezet in wonen: de gloeilampenfabriek werd onder regie van awg architecten uit Antwerpen een hippe woonplek. De stalen kozijnen werden vervangen door een nieuw ontwikkeld, geïsoleerd aluminium profiel met een bijzonder smal aanzicht: CS 38- SL. Door de puien in één stuk te monteren, konden dubbele stijlen uitblijven en werd de oorspronkelijke gevelarchitectuur in ere hersteld.

Voor de aangrenzende nieuwbouw kozen de architecten een vergelijkbare maatvoering in de gevel, ook weer met de slanke aluminium kozijnen. Juist hierdoor ontstond een harmonieus geheel: de statige, witte Lichttoren in combinatie met de stoere nieuwbouw met donker metselwerk. De geveldetails maakten de verbinding tussen het monumentale pand en het nieuwe appartementengebouw.

Er is duidelijk sprake van synergie tussen het gerenoveerde De 3 Riveren – een tot lofts getransformeerde  havenloods geleden op het knooppunt van de Nieuwe Maas, de Lek en de Noord, en Onyx, een nieuw appartementencomplex.

Robuust karakter

Ook bij het plan De 3 Rivieren in Ridderkerk (2010) was er sprake van de combinatie van een industrieel gebouw - een fabriekshal in dit geval - met een nieuwbouwtoren die de naam Onyx meekreeg. Arlan Architecten uit Rotterdam wist op subtiele wijze in de fabriekshal uit 1936 bijna dertig ruime appartementen te plooien, onder meer door split-level oplossingen. De oude stalen kozijnen werden vervangen door geïsoleerde aluminium exemplaren, de oorspronkelijke geleding en maatvoering volgend. Ook hier werd hoofdzakelijk het slanke profiel CS 38-SL gebruikt in een lichtgrijze coating. De nieuwe entreepartijen en balkondeuren kregen donkere kozijnen.

Het nieuwe gebouw Onyx wijkt in maat en schaal af van de oude hal, maar heeft toch verwantschap door de keuze van materialen en details in de gevel. Oud en nieuw gaan op deze locatie niet de concurrentie met elkaar aan, maar versterken elkaar in karakter: robuust metselwerk, indrukwekkende raampartijen, donkere kozijnen.

Gedurfde ingreep

In het afgelopen decennium is het karakter van transformaties en herbestemming veranderd. De nieuwe ingrepen zijn wat gewaagder geworden: het monumentale karakter wordt zeker gerespecteerd, maar er is meer ruimte voor eigentijdse aanvullingen en ingrepen in het pand.

Oud en nieuw lopen vloeiend in elkaar over in de Cacaofabriek. De eigentijdse glazen vliesgevel combineert uitstekend met de karakteristieke schildkap en de wit gekeimde gevel.

Een goed voorbeeld hiervan is de Cacaofabriek in Helmond. Het ontwerp van cepezed heeft de monumentale vormen van de Nederlandsche Cacaofabriek gekoesterd, maar gaf de nieuwe culturele hotspot een onmiskenbaar eigentijdse glazen gevel rond een U-vormig binnenhof.


De karakteristieke schildkap die eerder bij een brand verloren ging, kwam terug in de vorm van een messcherp gedetailleerde kap van aluminium. Aan de stadszijde is er  de wit gekeimde gevel van de oorspronkelijke fabriek, aan de andere kant van het gebouw nodigt een vrijwel geheel transparante gevel de mensen uit Helmond uit om het bijzondere aanbod van culturele bedrijven in Helmond te komen bekijken.

Rigoureuze make-over

Een andere ontwikkeling die zich in deze lijn heeft doorgezet, is de transformatie van beeldbepalende panden in binnenstedelijke situaties. Dit zijn niet per definitie monumenten, maar wel panden die door hun functie of plek betekenis hebben gekregen in de geschiedenis van de stad. Soms zijn rigoureuze ingrepen nodig om deze panden een nieuwe functie en passende gevel te geven.

Een voorbeeld hiervan is de transformatie van het voormalig kantoor van het Brabants Dagblad in Den Bosch tot appartementengebouw.

Op een gevoelige plek in de stad - de locatie van een kerk - werd in de jaren zeventig een ‘brutaal’ kantoorgebouw geplaatst. In verschijning, vorm en volume een uitzonderlijk groot en aanwezig gebouw, waarin de burelen van het Brabants Dagblad zich vestigden.

Het voormalige kantoor van het Brabants Dagblad aan de Emmasingel is tot het betoncasco gestript en kreeg geheel nieuwe plattegronden en gevels. Het gebouw bevat nu 58 koopwoningen boven een commerciële plint.

In een samenwerkingsverband van Houben / Van Mierlo en diederendirrix architecten onderging dit pand in 2016 een metamorfose. In plaats van een gesloten, betonnen uiterlijk is het nu een lichtgekleurd gebouw met veel buitenruimte en grote raampartijen.

 

De nieuwe gevel werd opgetrokken uit zandkleurig metselwerk en gevuld met brons geanodiseerde aluminium kozijnen. Dezelfde bronzen kleur is te zien in de twee extra bouwlagen, die iets terugliggen en waarbij de gesloten geveldelen zijn bekleed met verticale aluminium stroken in dezelfde kleur als de kozijnen. De nieuwe geleding in de gevel en de keuze voor materialen en kleuren maakt dat het gebouw beter aansluit bij de omringende bebouwing en - niet onbelangrijk - een vriendelijker uitstraling heeft gekregen.

Reguliere opgave

Anno 2018 zijn transformatie en herbestemming reguliere ontwerpopgaven, waarbij de inpassing in het stedelijk weefsel minstens zo belangrijk is als de eventueel monumentale aspecten van het bestaande pand. De gevel - de materialen en de detaillering - spelen een cruciale rol bij de transformatie-opgave. Niet alleen is de gevel van belang voor de energieprestatie van het pand, ook de nieuwe functie - vaak is dat wonen - moet ermee worden ondersteund.

 

Het gebouw Philips Lighting is vrij diep. Om maximaal te kunnen profiteren van het daglicht zijn de gesloten geveldelen vervangen door grote ramen van 3,5 bij 4 meter: het zijn verticale schuiframen. Ook de vides die in sommige appartementen zitten, hebben daardoor voldoende licht. Maar het belangrijkste is de beleving; de power van het glas zorgt ervoor dat je je bijna nietig voelt in de omgeving en deze maximaal ervaart.

Productontwikkeling groeit mee

Bijzonder is te zien hoe de productontwikkeling op het gebied van kozijnen meegroeit met de opgave: na de allereerste toepassing van CS 38-SL, introduceerde Reynaers in 2016 SL 38, een vierde generatie van het renovatiesysteem met drie verschillende profielvormen – cubic, classic en ferro -, waarmee de architect meer instrumenten krijgt om enerzijds monumentale gevels te herstellen, dan wel om een nieuwe beeldtaal te ontwikkelen die past bij het bestaande.

 

Voor het innovatieve verticale schuifraam “Franse balkon” CP130-EVS zoals toegepast bij de renovatie van Philips Lighting, wachten in Nederland nog vele betonkolossen uit de jaren zeventig en tachtig.

 

Met de renovatie-opgave die de Nederlandse bouwbranche in de komende jaren wacht - de eis om in 2023 alle panden minstens energielabel C te laten hebben -, zijn dit producten die architecten zullen helpen om ongebruikte binnenstedelijke panden een nieuwe toekomst te geven.

Caroline Kruit is academisch docent aan de ArtEZ Academie van Bouwkunst in Arnhem, bouwkundig ingenieur, journalist en uitgever. Sinds 10 jaar is zij actief betrokken bij de Reynaers Projectprijs als voorzitter van de vakjury die alle inzendingen beoordeelt. Daarnaast speelt ze een belangrijke rol bij het signaleren van trends in de bouw.