Skip to main content

In Maggie’s Centre is ruimte voor álle emoties

Groningen - Nederland - 2024

De liefde voor patiënten met een kankerdiagnose kreeg gestalte in Maggie’s Centre in Groningen. Voor het centrum zocht en vond Marlies Rohmer de balans tussen verschillende belevingen. Hier worden mensen gezien, ontmoeten zij elkaar, vinden ze steun én wordt geleefd. Op een plek waar architectuur een helende en verbindende rol vervult én mensen thuiskomen.

In Maggie’s Centre worden kankerpatiënten ondersteund. Zij kunnen hier onder andere terecht voor vragen over de ziekte, voeding en haaradvies. Maar ook voor bijvoorbeeld emotionele bijstand of yogalessen. Een plek die Maggie Keswick Jencks, landschapsontwerper, miste tijdens haar behandeling van borstkanker. Daarom wilden zij en haar man, architectuurcriticus Charles Jencks, ruimte creëren voor vragen, angst, verdriet en hoop. Architectuur, als 'healing environment' kan in dat proces een belangrijke rol spelen.

Unieke gebouwen

“Alle Maggie’s Centres zijn anders”, zegt Rohmer. “Meestal verrijzen ze als een satellietgebouw bij ziekenhuizen en bijna allemaal zijn ze ontworpen door vooraanstaande architecten.” Daardoor beheert de stichting een uniek portfolio aan gebouwen. Ontworpen door onder andere Zaha Hadid en Frank Gehry. Voor het Maggie’s Centre in Groningen werd Marlies Rohmer benaderd. Zij ontving een programma van eisen dat niet meer dan een A4-tje bedroeg en waarop aangegeven stond welke ruimtes gecreëerd moesten worden. Én een compacte beschrijving van Maggie’s weduwnaar Charles Jenks: ‘The architecture of Hope.’

Inspiratiereis

Om inspiratie op te doen bezocht Rohmer minstens tien centra in het Verenigd Koninkrijk en verwonderde zich over de uiteenlopende uitwerkingen van hetzelfde programma. “Ik wilde ervaren wat werkt en wat niet”, vertelt ze over de reis. “Hoe gaan verschillende architectenbureaus om met een mix aan open en gesloten ruimtes? Maar ook: wat spreekt mij het meest aan?” Tijdens die bezoeken zag Rohmer ook hoe hetzelfde programma door haar collega’s werd geïnterpreteerd. “Sommigen spraken mij in het bijzonder aan”, zegt ze. “Zoals het eerste Maggie’s Centre in Edinburgh, ontworpen door Richard Murphy. Daar zag ik dat ‘balzalen’ niet nodig zijn. Ik zag dat kleine zitkamers goed werken en de informele intieme sfeer sprak mij aan. En ik ontdekte het belang van een goede berging. In veel centers was dat één grote ruimte, maar ik heb in Groningen op acht plaatsen bergingen laten terugkomen. Ruimtes worden namelijk veel multifunctioneler en minder rommelig als de spullen voor activiteiten direct voorhanden zijn.”

Gezien worden

Daarnaast was het Maggie’s Centre van Foster + Partners in Manchester een inspiratiebron. “Dit ontwerp biedt veel privacy, maar zorgt er ook voor dat mensen gezien worden en met elkaar in verbinding staan.” Zo staan medewerkers (op de eerste verdieping) in direct contact met de begane grond. “Maar het meest tot de verbeelding sprak de kas die gesitueerd is op de kop van het gebouw en een natuurlijke overgang vormt tussen binnen en buiten”, vertelt Rohmer. Die beleving wilde ze ook in Maggie’s Centre in Groningen creëren. “Hier komt het terras naar binnen en is het gebouw er als het ware omheen gedrapeerd”, verduidelijkt ze. “Daardoor vormen binnen en buiten een eenheid.” Een eenheid waarin de tuin van Piet Oudolf zowel het decor als de achtergrond vormt. “Een tuin die alle seizoenen en alle emoties toont. Emoties waarvoor plaats is in Maggie’s Centre”, verduidelijkt Rohmer.

Belangeloze samenwerking

Bijzonder is ook de financiering van Maggie’s Centre Groningen. De benodigde financiën zijn volledig verkregen door sponsoring en donaties. Terwijl de betrokken lokale bouw- en installatiebedrijven, adviseurs en leveranciers - waaronder Reynaers Aluminium en Balink Glas & Aluminium - tegen kostprijs meewerkten aan dit project.
Ook hier uitte zich de betrokkenheid van Rohmer. Al in een vroeg stadium benaderde zij Reynaers om mee te denken over de technische aspecten. “Maar we voelden ook een bredere betrokkenheid en wilden als bedrijf tevens financieel bijdragen aan de realisatie. Omdat meewerken aan maatschappelijk relevante opgaven naadloos aansluit bij onze Reynaers-visie: Together for Better. Een gevoel dat gedeeld werd door Balink uit Heerenveen die na een kort overleg direct bereid was om belangeloos mee te werken”, geeft Bart Hellings van Reynaers aan.

Een thuis

Tot in de kleinste details dacht Rohmer mee over de ontwerpopgaven én het interieur. “Alle zintuigen wilde ik aanspreken”, zegt ze daarover. “Maar ik vond het ook van belang om de vertrouwdheid van een thuis te creëren.” De schaalgrote van 600m2 draagt daaraan bij. Maar het is vooral het gevoel dat er een vrije keuze is, omdat door de architect is nagedacht over hoe mensen zich voelen. “Hier worden mensen niet omringd door een klinische inrichting, maar zijn er ruimtelijke contrasten en verschillende sferen.” Én veel natuurlijke materialen. Zoals de zichtbare houten kolommenstructuur, vloeren van kiezelstenen met kleurrijke tapijten, vrolijk en comfortabel meubilair en houten wanden. Én in de ontvangstruimte een opvallend ‘kunstwerk’. “Dit is een deel van de gevelmal die over dwars is opgehangen”, legt Rohmer uit.

Connectie

Én overal is er de connectie met buiten. Iets minder aan de zuidzijde van het Protonengebouw van het UMCG, waar in de bakstenenpatronen de morsecode ‘SOS’ te ontcijferen valt. Maar in de zitkamers en vooral in de centrale ruimte heeft natuurlijk licht vrij spel. Aan de kant van het water opent het 600 vierkante meter grote gebouw zich naar het landschap. Met verdiepingshoge puien van donkerbruin geanodiseerd aluminium, waardoor het landschap en de groene wetering bijna tastbaar worden. Al deed Rohmer wel een paar slimme ingrepen om de privacy en het comfort van bezoekers te optimaliseren. Zoals het aanbrengen van prints op het glas. En zij voegde luiken toe aan de kleinere ruimtes die het zonlicht filteren én zorgen voor extra privacy. Doordat de luiken aan de zijkant als een soort tuinscherm dienen en de tuin van Oudolf weelderig groeit, wanen bezoekers zich ook op de privéterrassen onbespied. Zelfs op het grote terras aan de noordoostzijde - dat grenst aan het water - wist Rohmer het gevoel voor privacy te waarborgen. Met slim geplaatste hoge pergola’s die visuele beschutting bieden op het terras en het zicht op het groen en de Oosterkerk omkaderen. Hier, in de luwte van Maggie’s Centre, is het alsof het gebouw zegt ‘I’ve got your back’.

Partners bij dit project